Gemeentebestuurder of gemeenschapsbestuurder?
Gisteren in de Eerste Kamer het debat over het wetsvoorstel ingezetenschap wethouders (en gedeputeerden). De bedoeling is de bevoegdheid van de raad, om voor maximaal een jaar ontheffing te verlenen van de verplichting dat wethouders wonen in de gemeente waar zij als bestuurder werkzaam zijn, te verruimen. De raad kan vanaf nu telkens voor een jaar die ontheffing verlenen.
Een mooi debat met de nieuwe staatsecretaris Ank Bijleveld en de bekende collega-woordvoerders. Vrijzinnig als ik ben (door Groen Links zelfs aangeduid als de ''wereldburger Engels'' en hamerend op de gemeentelijke autonomie gaf ik aan dat dit voorstel een verbetering is. Nog minder bevoogdend en betuttelend zou zijn als we zouden terugkeren naar de oorspronkelijke tekst van de Dualiseringswet uit 2002: de raad kan ongeclausuleerd ontheffing verlenen.
De argumentatie onder een toenmalig SP/VVD-amendement richtte zich op de noodzaak van voeling en binding van wethouders met de lokale gemeenschap . Die zou zich alleen kunnen ontwikkelen op territoriale grondslag. Alsof kwaliteit van bestuur daarmee gewaarborgd is en of die lokale worteling in bestuurlijke zin ook niet met enige geografische afstand zou kunnen plaatsvinden. Bij het door een enkele woordvoerder opgeroepen klassiek-romantische beeld van bestuurders als onderdeel van een '' lotsgemeenschap'' (zelf - of beter nog - ''samen'' ondergaan wat je besluit) voelden wij ons als D66-fractie niet thuis. Ik zou toch menen dat moderne en mondige burgers in een ''glocaliserende'' gemeenschap andere eisen aan bestuurders stellen.
Grappig om te zien dat SP (zoals meestal) en VVD (als nieuwe oppositiepartij) tegen stemden en dat CU/SGP, ondanks zware bedenkingen, uiteindelijk voorstemde. Reed om 21.30 tevreden huiswaarts met o.a. ''Sticky fingers" van de Rolling Stones (van ik meen 1970). Belde onderweg langdurig met opbeurende bedoelingen met vrind Peter, die vandaag zijn zwanezang in de provinciale staten van Drenthe beleeft. Binnenkort mag hij mij opbeuren bij het afscheid van de senaat.